Zo'n nieuwe auto blijft even wennen. In de oude wist ik altijd precies waar ik aan toe was, hoelang je nog door kunt rijden als het lampje van de brandstofmeter brandt, bijvoorbeeld. Meestal is dat vrij lang. Ik maakte me dan ook geen enkele zorgen toen op de snelweg plotseling een waarschuwingssignaal klonk. Volgens de superintelligente boordcomputer had ik nog zeker tachtig kilometer. Dertig kilometer later was dat dus nog vijftig - zo intelligent is dat computertje echt wel - maar toen haperde er iets onder de motorkap. Vrut, vrut hoorde ik en toen niks meer. De hypergeavanceerde boordcomputer gaf geen krimp en telde nog zeker 49 kilometers voordat de tank leeg zou zijn maar de analoge werkelijkheid was anders: er zat geen druppeltje meer in.
Het was vriendje D. die zijn ommelet koud liet worden en een tankje diesel kwam brengen. Zonder lachen trouwens. Ik zou zelfs zeggen: met begrip. Aan Isolde ging het hele avontuur voorbij, die werd pas wakker bij het tankstation en was een beetje chagrijnig omdat we stilstonden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten